Ik wil als vrijdenkende onderzoeker de omstreden huidige maatschappij, autoriteiten, opvoeding en onderwijs blootleggen en weerleggen, dat het persoonlijk probleem thuis, op school en buiten school om van alle kinderen van de wereld een sociaal wereldprobleem is. Ik verzamelde sinds 1980 stapel, overigens behoorlijk omvangrijke stukken en aantekeningen die voornamelijk handelden over het bewustzijn, zelfgenezing, geneeskunde, technologie, traditie, religie, mystiek, voodoo, helderziendheid, dromen, meditatie, politiek, democratie, economie, handel, rijkdom, armoede, anarchie, seksualiteit, opvoeding, gezinsysteem, onderwijssysteem, arbeidssysteem, belastingsysteem, defensie, strafrechtssysteem, kleding, voeding, sport, nationalisme, fundamenteel juridische en maatschappelijke vraagstukken die wel vijftig boekjes konden worden. Sinds 1985 wilden redacteuren over de hele wereld mijn pagina’s niet publiceren en geen enkele televisie- en radiostation vinden mijn teksten geschikt genoeg voor de maatschappij. Sinds mijn tiende jaar vielen mij steeds meer onderwerpen in die mij al jaren bezighielden en waarvan ik wist dat mijn zienswijze afwijkend van de gangbare was en tegelijkertijd gemakkelijk verdedigbaar. Ik ben door redacties gecensureerd en door politici gediscrimineerd, alleen maar omdat ik een afwijkende mening had die zij niet konden weerleggen! In mijn hart ben ik geen schrijver maar een vrijdenkende kunstenaar. Als kind al stelde ik vragen die volwassenen niet konden beantwoorden dan de gangbare geconditioneerde heersende antwoorden van de gevestigde orde. Zonder er bewust van te zijn, was ik als kind al hevig geïntrigeerd door de mystiek van de mens in het algemeen en die van mijn eigen bestaan en wezen. Terwijl ik toen al mezelf zoveel afvroeg over het gedrag en de reacties van mensen om me heen, moeten de eerste ideeën en gedachten zijn ontstaan die later mijn onconventionele zienswijzen en overtuigingen vormden welke mijn boekjes zo kenmerken. Nog voor ik aan mijn boekjes begon te werken raakte ik in contact met boeddhistische geschriften en ideeën. Van het begin af aan was ik razend enthousiast over deze voor mij nieuwe zienswijze op het bestaan en de oude oosterse geschriften gaven mij letterlijk en geestelijk voer als nog nooit tevoren iemand mij gegeven had, niet mijn ouders of leraren, niet religie, niet ideologie, niet deskundigen of boekenschrijvers of andere volwassenen om me heen, niets dat zodanig tot alle al jaren sluimerende waarheden in mij sprak in haar zo bevestigde dan wat ik daar las. Dit betekent geenszins dat ik een boeddhistische leer verkondig of dat mijn realiteitsvisie een boeddhistische is, al is ze er hevig door geïnspireerd, vooral wanneer ik feiten observeer over geestelijke onwereldse zaken. Ik ben echter een te groot vrijdenkende kunstenaar om me in het keurslijf van een leer te hullen en volg liever mijn eigen weg met medehulp van al wat me bruikbaar lijkt. En de leringen uit het boeddhisme hebben me een groot gedeelte op weg geholpen op het pad naar waarheid en werkelijkheid, en inzicht gegeven in de illusies en zinsbegoochelingen van het leven. In mijn boekjes heb ik getracht deze zinsbegoocheling die ons allen aangaat duidelijk te maken en naar de oppervlakte te brengen. Ik ben me echter volledig bewust dat ik daar voor een groot deel niet in geslaagd ben en dat mijn boekjes voor velen als onbegrepen en zelfs afkeurenswaardig aan de kant worden gelegd. Vaak heb ik tijdens het debatteren en schrijven het gevoel gehad, dat ik aan een blinde bezig was uit te leggen hoe de schoonheid van de natuur eruit zag, de landschap en haar vorm van onherbergzaamheid; de hemel met haar hemellichamen en de kleur van de regenboog. Het was net alsof ik wel drie of meer gedachtegangen tegelijk zou moeten opschrijven om me duidelijk te kunnen maken, wat natuurlijk onmogelijk is. Ook bemerkte ik dat ik in verschillende alinea’s tegenovergestelde zaken beweerde; echter wanneer de werkelijkheid deze twee uitersten in zich bergt, en dat doet ze ook, zouden mijn boekjes dan deze werkelijkheid hebben moeten uitbannen, ten bate van het begrip en toekenning van hen, wiens opvatting en instelling ik juist zo bekritiseer. En beantwoord deze schijnbare hypocrisie niet aan het dualisme in ons, in onze collectieve opvattingen en gedrag. En is het niet juist deze boodschap van mijn boekjes aan de mensheid, de illusie van juistheid en objectiviteit van ons eigen beoordelingsvermogen aan de kaak te stellen en op te doen heffen ten bate van het inzicht van die weinigen die al op het goede pad waren en nu net als ik, toen ik voor het eerst in contact kwam met de boeddhistische leer, met dit inzicht verder geholpen worden? Dit boekje is een aanklacht tegen de wereld en de mensen die de volkeren leiden en deskundigen of leiders genoemd worden. De mensen die deze leiders kiezen en nochtans leider zijn over hun eigen leven, en de autoriteiten welke tussen deze staan: de macht die ze bezitten en misbruiken en de wetten die ze naar eigen believen toepassen. Een aanklacht, een waarschuwing en tevens de verspreiding van “massa bewustzijn”. De waarde van het verspreiden van “massa bewustzijn” stijgt naar mate mijn woorden zeldzamer worden, zal ik tot aan mijn laatste zucht doorgaan met het verspreiden van dit “massa bewustzijn”. Zo wordt mijn werk mijn laatste strohalm de mensheid te behoeden voor een totale blindheid van de eigen onbekwaamheid die men het intellect of deskundigheid noemt, en wellicht de ongeboren mens in de toekomst een menselijker, rechtvaardiger en intellectueel hogere samenleving geboden.
{ 0 comments }